fbpx

Nederlandse Wijnmakers in het Buitenland: Vinyes Tortuga

In deze reeks nemen we Nederlandse wijnmakers in het buitenland onder de loep. Elk met hun eigen speciale en markante verhalen. Iets waar iedere wijnliefhebber wel eens over na heeft gedacht: “hoe zou het zijn als ik zelf een wijngaard had”?

De kick-off wordt gegund aan Dido (oorspronkelijk Amsterdamse) en Jurriaan (oorspronkelijk Rotterdammer). Een jong stel, waarbij Dido een achtergrond heeft in de ‘antropologie’ en Jurriaan in ‘engineering’, maar waarbij de toekomst van hun leven een totaal ander plan in petto had: ‘kickass’ biodynamische natuurwijnen maken. In dit (longread) interview lees je het fijne van hun avontuur.

Ha Dido en Jur! Laten we bij het begin beginnen. Jullie zijn ook wel bekend als de ‘Grapehunters’ en als de eigenaren van Vinyes Tortuga. Een jong stel dat na vele omzwervingen terecht is gekomen in Alt-Empordà (Catalonië, Spanje). Om zelf wijn te maken. Dat klinkt op zich al als een sprookje, maar klopt het dat jullie ook nog eens onlangs verloofd zijn?

D: Ja klopt, nog niet zo lang geleden. Jur heeft mij gevraagd bij ons thuis. Best wel onverwacht.

J: Nou ik had eigenlijk het idee om haar spectaculairder te vragen, dus ik had een tafel gereserveerd in ‘El Celler de Can Roca’ (***). Helemaal tot in de puntjes uitgewerkt. Heerlijke champagne erbij die ik uit Nederland had laten overkomen. Toen kwam alleen de lockdown, dus mijn mooie plan ging niet meer door. Ik had wel al een ring laten maken van de ‘muselet’ (sluiting van de champagne) van die fles champagne. En die fles had ik natuurlijk ook nog steeds. Op een gegeven moment hield ik het gewoon niet meer. Dus uiteindelijk maar gewoon een dozijn oesters gehaald en haar op een blauwe maandag om elf uur ’s ochtends gevraagd.

D: Nou het was gewoon een zondagmiddag hoor haha.

Heel creatief opgelost! Maar hoe zijn jullie elkaar eigenlijk tegenkomen?

D: We hebben elkaar ontmoet in het Vondelpark. Ik was op een dag mijn studentenwoning aan het schilderen en Jur was daar aan het skaten. We raakten aan de praat en zijn uiteindelijk bij het Blauwe Theehuis een witbiertje op het terras gaan doen. Erna zijn we elkaar eigenlijk nooit meer uit het oog verloren.

Witbier? Waar was de wijn in dat verhaal? Wij zijn namelijk benieuwd hoe jullie in de ‘wondere wijnwereld’ terecht zijn gekomen. Aan jullie studieachtergrond te zien, is dit niet echt vanzelfsprekend geweest.

D: Sinds we samen zijn (nu 10 jaar al) hadden we eigenlijk al het romantische idee in ons hoofd om samen een ‘wijngaard te beginnen’.
J: Heel romantisch!

D: Zeg maar losjes gebaseerd op de film A Good Year en meer van dat soort ‘feelgood troep’ haha. We zijn gewoon bij het begin begonnen: wijncursussen volgen. Eerst WSET2 en meteen WSET3 erachteraan. Maar eigenlijk waren we wel een beetje een vreemde eend in de bijt.

J: Elke keer als we ons voorstelden aan het begin van een wijncursus en we zeiden dat we wijnmakers wilden worden, werden we eigenlijk uitgelachen. We namen onszelf overigens ook niet al te serieus hoor. Maar toch, het was inmiddels wel echt onze droom geworden. En het proeven was allemaal wel interessant, maar we wilden het eigenlijk toch echt gewoon zelf maken.

Dat blijkt, want jullie hebben echt daad bij het woord gevoegd gezien de stages die jullie hebben gevolgd over de hele wereld. Hoe is het balletje gaan rollen?

D: Voor de masterscriptie van mijn studie Antropologie kon ik in Zuid-Afrika terecht. Op een ‘winefarm’ in Swartland, bij Donovan Rall Wines. Ik werkte ervoor al bij een wijnimporteur (Glandorf & Thijs) in Amsterdam die deze wijnen importeerde. Daardoor kwam ik een beetje in die scene terecht. Uiteindelijk ben ik blijven plakken tijdens de oogst, is Jur naar mij toegekomen en hebben we eigenlijk samen onze eerste oogst beleefd. Erna wilden we niks anders meer en zodoende zijn we er eigenlijk steeds meer in gerold.

Donovan Rall is niet de minste om mee te beginnen. Wie zijn eigenlijk in jullie verdere ‘loopbaan’ de leermeesters geweest?

D: Na Zuid-Afrika zijn we in Priorat (Spanje) beland. Bij Sara Pérez en René Barbier nota bene (van onder andere de wereldbekende wijnen van Clos Mogador en Mas Martinet). Eigenlijk met een heel mooi verhaal. Zij maken op het wijndomein Venus La Universal de prachtige ‘Dido wijnen’. Wijnen genoemd naar hun dochter. Wij hebben de stoute schoenen aangetrokken en gewoon een leuk mailtje gestuurd met de strekking dat Dido ook graag Dido wijnen wilde maken. We hadden daarbij wel het geluk dat we via via, door een bekende, geholpen zijn om binnen te komen. In de drie maanden die we daar hebben gewerkt hebben we echt enorm veel geleerd.

Na dat avontuur zijn we, ook weer via via, terechtgekomen in Chili. Iets mindere ervaring omdat we daar in de massaproductie terechtkwamen. Maar eigenlijk ook weer interessant om dat kant van het verhaal eens mee te maken. Wijnmaken met minder passie, maar goed qua leerproces. De sauvignon blanc werd bijvoorbeeld veel te laat geoogst met een alchoholpercentage van 18% waardoor er echt veel verschillende zaken moesten worden toegevoegd (zuur en water) om er iets van te maken. Die wijn won overigens wel de ‘gouden medaille’ als ‘dé sauvignon blanc van Chili’ in 2016 haha.

Na Chili ben ik teruggegaan om de WSET Diploma Course te doen. En niet al te lang daar weer na zijn we bij Joan Ramon Escoda in Conca de Barberà in de natuurwijnen beland. Daarmee is het voor ons echt begonnen.

J: De fascinatie voor natuurwijnen hadden we al opgedaan in Swartland, toen kwam de term zowat voor het eerst op, maar bij Joan Ramon Escoda waren we echt ‘hooked’.

D: Die wijnen zijn zo mooi! We hebben daar 15 jaar oude wijnen geproefd, zonder sulfiet, die echt geweldig smaakten. Dat was echt waar de wereld voor natuurwijnen voor ons open ging. Kortom, Joan Ramon Escoda is voor ons echt een sleutelfiguur geweest en een groot leermeester.

J: Maar vergeet onze huidige adviseur en wandelende wijnencyclopedie Dylan Grigg (freelance ‘viticulturist’) uit Barossa Valley ook niet. Die ons echt onwijs veel heeft geleerd over wijnbouw an sich.

D: En we zijn, om het af te maken, ook nog naar Australië gegaan om wijn te maken met Tom Shobbrook (van Shobbrook Wines).

J: Ja we hadden toen al onze hectares grond in Alt-Empordà aangekocht, maar tussen koop en oplevering zat nog twee maanden. En we dachten dat we toen ondertussen al wat wisten over wijnmaken, maar na die twee maanden wisten we echt twee keer zoveel.
D: Nog steeds kunnen we hen met vragen bestoken. Dylan en Tom zijn dus ook echt leermeesters voor ons.

Indrukwekkend pad om te bewandelen. En dan de beslissing om uiteindelijk zelf wijn te verbouwen en maken: erg tof! Vinyes Tortuga werd dus een feit. Waar komt de naam eigenlijk vandaan?

D: Eigenlijk heel simpel. We hebben een aantal schildpadden rondlopen in de wijngaard. Inheemse landschildpadden die sinds de grote branden in 2008 flink in populatie zijn gedaald. Eigenlijk is de naam een soort ‘hommage’. We zien het zo: de wijngaarden waar wij ‘gebruik’ van mogen maken zijn eigenlijk meer van hen, dan van ons.

Geweldige stageplekken en een leuke naam, check! Maar dan. Hoe zet je de eerste stappen om aan ‘jullie grond’ te komen?

D: Het was echt leuren! Tijdens onze stage zijn we al actief gaan kijken om een aantal hectare in Alt-Empordà te scoren, maar dat was erg moeilijk.
J: Continu en werkelijk iedereen vragen of iemand nog iets weet. Een jaar lang liepen we rond: “weet jij nog iets, en jij, weet jij nog iets”? Ook hebben we echt letterlijk in de kleinste hoekjes van de kleinste dorpen mensen aangesproken. Een jaar lang!
D: En uiteindelijk vonden we in dat jaar (2018) 10 hectare wijngaard met een huis in het midden. Perfect voor ons, maar 10 hectare is dus wel meteen serieus veel. En heftig, aangezien we nou ook weer niet zoveel ervaring hadden. Ook niet met hele concrete zaken zoals een tractor besturen, maar gelukkig bleek Jur een natuurtalent.

Jullie liepen op het moment van de aankoop van de grond nog stage en voerden zoals jullie zelf stelden daarnaast werk uit voor een ‘schamel loon’. Hoe hebben jullie het voor elkaar gekregen om toch jullie stukje ‘perfecte grond’ te bekostigen?

J: We moesten inderdaad nog wat geld vinden haha.
D: We hebben een mooie crowdfunding opgezet die ons enorm heeft geholpen. Uiteindelijk heeft dat vijftien ‘goede’ investeerders opgeleverd die een mooie rente in een tienjarenplan krijgen.
J: Maar het mooie is dat deze betrokken investeerders eigenlijk ook meteen onze ambassadeurs zijn geworden. We bespreken ook vrijwel alle plannen en ideeën met hen. En zij helpen ons enorm.

Zijn er ook momenten geweest waarop jullie jezelf afvroegen: waar zijn we aan begonnen?

D: Bij mij wel even tijdens de zware regenval afgelopen lente. Die was extreem, het regende zoveel! Dat leverde ook enorme ‘ziektedruk’ in de wijngaard. Of dat je letterlijk vijf uur lang je tractor uit moet graven.
J: En dat was ook precies de dag waarop ik Dido wilde vragen of ze met me wilde trouwen. Dus ik besefte me dat ik ook op dat moment eigenlijk aan een mooie witte tafel in een luxe restaurant had ‘moeten’ zitten. In plaats daarvan waren we alleen maar modder aan het scheppen. Maar eigenlijk vergeet je dat soort tegenslagen ook wel weer gewoon. Tot nu was alles te overzien dus.

Jullie zijn uiteindelijk voor ‘biodynamisch wijnmaken’ gegaan. Wat is dit volgens jullie eigen perceptie?

D: Voor ons betekent dat zoveel mogelijk aandacht besteden aan je wijngaard. We zijn heel erg bezig om te kijken hoe we de lekkerste druiven kunnen produceren die mogelijk zijn in die grond. Het gaat verder dan enkel biologische wijnbouw. We zijn continu bezig om de beste ‘hummuslaag’ in onze grond te creëren waardoor er heel veel voedingsstoffen aanwezig zijn voor de wijnranken. Om dit bijvoorbeeld te bewerkstelligen ploegen wij de grond niet meer om.
In ons begin bemoeilijkte dit nog het fermentatieproces van onze wijnen. Wij werken met ‘wilde fermentaties’, dus het was soms nog wat moeilijk om de wijnen ‘uit te laten fermenteren’. Omdat er toen simpelweg nog te weinig voedingsstoffen in de bodem zaten. En nu bij de derde oogst, na zoveel compostrondes en met de flora op en rondom de wijnranken in orde, slagen we er wel in.
J: De natuurlijke gisten zijn nu actiever.
D: Als je allerlei pesticiden gebruikt dood je als het ware al de goede stoffen die je nodig hebt om (goede) natuurwijn te maken. We geloven er dus gewoon in dat je hele gezonde druiven krijgt door een bodem vol leven. Kortom, aandacht voor de grond en dagelijks bezig zijn met de druiven.
J: Zo wordt het eigenlijk een lifestyle, om uiteindelijk een gezonde wijngaard te creëren.
D: En heb je niets nodig om iets te voegen in de kelder. Ook zwavel is niet nodig als je genoeg zuren hebt en lage PH, dat door het op tijd oogsten wel in orde komt. Zo hoef je dus ook geen sulfiet toe te voegen. De wijn is uiteindelijk en natuurlijk helemaal in balans.
J: En wat wel belangrijk is tijdens het wijnmaken: de nodige koude biertjes ‘on the side’ haha.

Het is een onderwerp waarover je in principe een heel boek kunt wijden, maar hoe pakken jullie het ‘biodynamisch wijnmaken’ aan?

D: We hebben eerst geëxperimenteerd met 1 hectare. Om te kijken of het daadwerkelijk meer effect heeft dan slechts biologische wijnbouw. En dat had het dus!
We merkten dat de basis voor ‘biodynamisch zijn’ werkte. Het is veel meer dan dit hoor. Maar het houdt in grove lijnen in dat je één keer per jaar, in verschillende compostrondes en met verschillende ‘preparaties’ je grond bewerkt. En dit zelfs via de lucht voor de ‘astrale connectie’ over de wijngaard laat gaan. Dit gebeurt allemaal op verschillende tijdstippen. Dan loop je daar dus bijvoorbeeld rond met een koperen rugzak de ‘gedynamiseerde’ compost te verspreiden, maar het voelt ‘in the end’ gewoon alsof je werkelijk iets teruggeeft aan je land. Een soort dankbaarheid.
J: Het is gewoon een hele holistische aanpak. Je zorgt dat alles met elkaar in verbinding staat. Je kan ervan vinden wat je wilt als ik daar letterlijk koeienstront in een stierhoorn sta te scheppen en dit begraaf om de grond vruchtbaarder te maken. Maar het feit dat je op zo’n toegewijde manier bezig bent met je wijngaard zegt eigenlijk al genoeg. Je ziet dat het door de aandacht en energie die je erin stopt gewoon beter wordt. Wij geloven er wel heel erg in.

Genoeg 'bullshit'! Laten we het verder over jullie wijn hebben. Jullie maken ‘lichte(re) wijnen’ ten opzichte van de rest in de regio. Wat is jullie aanpak en hoe valt jullie stijl te typeren?

D: Ja klopt, onze wijnen zijn inderdaad iets lichter dan die van onze collega’s uit de regio. We oogsten relatief vroeg. We ‘werken’ heel graag met de garnachadruif. Werkt perfect hier in de regio en de druif ‘fermenteert makkelijk’. Wat is onze stijl en aanpak? Tja, de eerste drie jaar was echt experimenteren. Een favoriete stijl voor ogen nemen en deze proberen te realiseren. De vinificatiemethode dan wel hetzelfde houden zodat je merkt hoe de wijngaard erop vooruitgaat. We merken nu dat er ondertussen wel echt meer leven in de wijn zit. Dat geeft wel echt een kick.
J: We zijn stiekem ook wel verrast gewoon met wat we uiteindelijk voor elkaar krijgen qua wijnen. En steeds experimenteren we met verschillende druifvariëteiten, dus niet alleen garnacha. Steeds denken we daarbij dat we weer iets gemaakt hebben dat niet verkoopt. Gooien we het in een hoek en kijken we er een tijd niet naar. En dan steeds na een jaar als we weer eens testen blijkt het gewoon fantastisch te zijn. Vinden wij haha. Zo komen we er dus achter dat bijvoorbeeld barbera tijd nodig heeft.

D: Maar we hebben bijvoorbeeld ook twee jaar geleden ‘wit’ geënt op merlotstokken. Chenin blanc, macabeo, garnacha blanca en parellada. Een blend dus. En daar kregen we deze oogst het eerste fruit van. Dat is echt een fantastische wijn geworden en gaat ‘Libertango’ heten. Daar zijn we echt heel erg blij mee.

Welke wijnen kunnen we snel nog meer verwachten?

D: We zijn momenteel bezig met nieuwe aanplant. Bijvoorbeeld een wijngaard met terret blanc en met muscat. En heel speciaal voor mij is dat ik semillon ga aanplanten voor mijn vriendinnetje Lotte Wolf, die twee jaar geleden helaas overleden is. Die maakte semillon in Zuid-Afrika en daar hebben we elkaar ook ontmoet. En ik wil nu een soort ‘tribute wine’ maken genaamd ‘Whole Lotta Love’ omdat dat een ‘woordgrapje’ was tussen ons. En Jur wil zich graag wagen aan cinsault omdat dat hier nog nergens voorkomt. Nog meer experimenteren dus!

Wij blijven het in ieder geval op de voet volgen! Voordat we afsluiten: waar gaan jullie wijnen uiteindelijk allemaal heen?

D: Een groot deel van onze wijnen wordt geëxporteerd naar Japan en Engeland. Dat zijn momenteel echt de twee grootste markten voor ons. Dan denk ik Noorwegen. En natuurlijk Nederland. Al vergeet ik de Verenigde Staten bijna. Ook een grote markt aan het worden.

Oké, nog eentje dan! Waar kunnen we jullie wijnen in ons koude kikkerlandje scoren?

J: Het is nog even wachten, maar zeer snel via onze website: grapehunters.nl